De geschiedenis van Herselt in een notendop

Erfgoed Herselt

De geschiedenis van Herselt in een notendop

Inleiding:

Dr. Med. Wilfried De Belie ( °1931- + 1973 ) was de auteur van het eerste geschiedenisboek over Herselt, die naam waardig en de grondlegger van de huidige heemkring. Hij opent zijn betoog met de opmerking dat de meeste geschiedkundige gegevens berusten op documenten van buitenaf.


Herselt lag destijds meestal op de rand van machtsgebieden.


Door de inval van de Saalfranken (tussen 350 -490) kwam de Kempen onder het bestuur van het bisdom Tongeren ( waarschijnlijk daarom St.Servaas als patroonheilige te Herselt). Dit ging niet zonder tegenkanting en St.Servaas vluchtte naar Maarstricht (bisdom Maastricht) en Tongeren werd platgebrand (zie het prachtige glasraam in de kruisbeuk van de huidige kerk ).


Verder was Herselt kerkelijk onderhorig aan de bisdommen Luik,Trier,Mainz,Keulen… . Vermits het kapittel van Maastricht Sint Servaes als Patronus loci (patroonheilige) aanstelde bestond de parochie Herselt al ergens tussen de jaren 383 en-800.  


We kunnen stellen dat de geschreven geschiedenis vanaf dan begon.


Vorstendommen kwamen tot stand en de Zuiderkempen werd deels opgenomen in het graafschap Brabant met Ansfried, graaf van Bratuspand (=Brabant), Hoei en Mansuarië (=Kempen), en na diens dood door Otto III. Herselt schijnt geen leengoed te zijn geweest van Ansfried maar van  Hertog Godfried II die via een overdracht langs zijn leenvrouw Aysilia het kerkelijk bezit van HASSELE aan de abdij van Tongerlo toe wees.


In 1302 vochten inwoners van Herselt in het leger van Arnold IV, Heer van Wezemaal, in de slag der Gulden Sporen.


1176-1183:  Westerlo en omgeving wordt overgedragen door het kapittel van Utrecht aan Arnold I van Wezemaal. Nazaat  Jan II van Wezemaal werd door het kapittel van Utrecht wegens wangedrag in de kerkelijke ban gesloten en zijn leengoed toe wees aan Rijkaart II, heer van Adrimont, Baanderheer van Merode.

De ruzie hierover kreeg pas zijn beslag in 1482 als de Heerlijkheid Westerlo toegewezen wordt aan Jan I de Merode. Al de wijzigingen van staatsgrenzen en bisdommen leidde tot een warboel.


In 1559 kon Filips van Spanje Paus Paulus IV te overtuigen een nieuwe omschrijving van de bisdommen te maken in de bulle “Super universitas” en de bulle “Ex injuncto” uit 1561. Het prinsbisdom Luik kwam nog tot Deurne bij Averbode en het gebied werd verdeeld tussen de dekenij Geel, bisdom ’S Hertogenbos,  waarin Westerlo en Blauberg en de dekenij Herentals, bisdom Antwerpen met daarin Oosterwijk-Houtvenne, Ramsel en Herselt.


Herselt zat zo op het einde van het ancien regime eens te meer opgescheept met verschillende kerkelijke en wereldlijke grenzen en de daaruit volgende vetes tussen sommige deeldorpen en grenzende parochies.


Tussen 1500 en 1800 was het kasteel van Westerlo herhaaldelijk belaagd.

De verre omgeving was het toneel van moordparijen, inkwartiering, plunderingen, kortom het slachtoffer van alles wat oorlogen teweeg brengen.

Bovendien sloeg de pest menigmaal toe. Ook de “landsheren”, roversbenden en voetenbranders, lieten zich niet onberoerd.


Het gekibbel bestond nog bij de aanvang van de Franse Revolutie en de Franse overheersing. In de volksopstand tegen het Franse regime “De Boerenkrijg” waren de inwoners van Herselt heel actief. Van Gansen was trouwens een geboren Hesselaar. Herselt had procentueel het hoogste aantal dienstweigeraars voor het Franse leger.


"Noteren we dat “het laatste avondmaal “ van Da Vinci “  uit de abdij van Tongerlo tijdens de Franse overheersing in het dakgebinte van de afspanning “Den Hert” verborgen zat en zo nooit in het Louvre terecht kwam."


In 1800 kwamen we onder het Hollands bewind. De Nederlanders bestuurden behoorlijk, al  resten weinig documenten over die tijd. Herselt was prominent aanwezig tijdens de Brabantse omwenteling en kreeg hiervoor eerbetoon onder vorm van een Belgische vlag.


18 augustus 1914 wordt de zwartste dag uit de recente geschiedenis als Duitse troepen  terreur zaaien vanaf Blauberg tot Herselt dorp. Herselt treurt om 19 martelaren.


De tweede wereldoorlog had minder impact op Herselt. Deze oorlogsperikelen worden minutieus opgetekend in publicaties van Karel Eyckmans.


Herselt, Bergom, Varenwinkel, Blauberg en Ramsel waren in de  20ste eeuw woonkernen met seizoenarbeiders in Wallonië (bieten) met zware arbeid voor een tamelijk loon en nog minder erkenning.

Anderen zochten werk aan de “bassin” (havenarbeid) en kleinschalige landbouw.


Dat was ook zo in Ramsel waar ook steenbakkerijen voor werk zorgden. Verder was er overvloed aan drankgelegenheden en meestal bescheiden winkels en ambachten.


Ramsel schreef een tijd zijn eigen dorpsgeschiedenis. Het steenbakkersdorp maakte zich onafhankelijk van Groot Herselt in 1865 en werd er terug mee samengevoegd in 1977.


Herselt ziet hen nu toeristisch dank zij zijn grote bossen met natuurdomeinen als Hertberg, Langdonken, Asbroek, het Elsschot (waaraan Willem Elsschot zijn pseudoniem aan ontleent), het natuurgebied in Bergom, de Ramselse kleiput en het Raambroek- en Prinsenbos, het Kempisch landschap van Blauberg en Bergom en zijn Merodebossen en kilometers fiets- en wandelplezier. De Vallei van de Nete, de getuigenheuvels...


Bronvermelding: publicaties van De Belie en K.Eyckmans

Jan Verlinden voor erfgoedcel Herselt